Het blijkt een subtiel en lichtvoetig gezelschap dat heupwiegend door het nieuwe repertoire van de bandleider heen danst. Want wie met een Hammondorgel in de bezetting vette souljazz of zware funk verwacht, wordt verrast door wat Yahel te bieden heeft.  Thys zelf betoont zich opnieuw een lyrische, melodieuze blazer met een voorkeur voor aansprekende thema’s die nu eens Afrikaans (‘Tête brûlée’), dan weer rockachtig (‘Bravo’) klinken, door gospel geïnspireerd (‘Bowing #1’) of met een herkenbare reggaebeat (‘Samuraï’). Thys is ook in staat om een goede popsong te schrijven, die op het randje van de sentimentaliteit balanceert, maar daardoor juist krachtig is (‘Cosmic wassyl [for Wa- syl Slipack]’).

« Het blijkt een subtiel en lichtvoetig gezelschap dat heupwiegend door het nieuwe repertoire van de bandleider heen danst. Want wie met een Hammondorgel in de bezetting vette souljazz of zware funk verwacht, wordt verrast door wat Yahel te bieden heeft » (Herman Te Loo)

Lien